Mensen met een uitdaging

De kernteams van Careflex Uitdagende Zorg ondersteunen instellingen door het hele land met de meest complexe zorg. Ze krijgen te maken vaak heel bijzondere, maar ook kwetsbare mensen. Iedere situatie is anders, ieder geval is uniek. Toch hebben al die cliënten, met al die verschillende achtergronden, diagnoses en karakters, iets belangrijks met elkaar gemeen. Het zijn mensen met een uitdaging. En daar willen wij ze bij helpen.

neem contact met ons op

De week van de psychiatrie is een mooie manier om mensen met een psychische kwetsbaarheid en/of psychiatrische aandoening naast een patiënt of cliënt juist te zien als mens en onderdeel van onze samenleving. Gezien worden, erbij horen, mee werken en meedoen kan een mensenleven zin geven. Wij geven hier aandacht aan door de verhalen van onze begeleiders te delen: zij staan immers dichtbij de cliënt. Ingrid is begeleider en vindt het werken in de psychiatrie heel leuk en divers. Zoals ze het zelf zegt: “het is wel echt haar dingetje”.

Het werken in de psychiatrie, dat doet Ingrid al een lange tijd. Ze heeft op verschillende GGZ instellingen gewerkt met meerdere soorten problematiek. Zo werkt ze momenteel samen met een cliënt die een licht verstandelijke beperking met psychiatrische problematiek heeft. Het allerleukste van haar werk vindt ze de gesprekken die ze heeft. Door soms een persoonlijk begeleider te zijn van haar cliënten en door het contact dat ze met de familie van deze cliënt heeft, leert ze iemand het beste kennen en komt ze ook meer te weten over zijn of haar achtergrond.

“Door met de cliënt te levelen kan je met hem of haar een band opbouwen.”

Ieder mens is uniek, daarom is het van belang om bij iedere cliënt te ontdekken welke beperkingen hij of zij heeft. Natuurlijk zijn er moeilijke momenten waarin de negativiteit soms de overhand neemt, maar het respect naar de cliënt toe moet er altijd zijn. Ingrid kijkt naar de beperking van de cliënt, vervolgens past ze de werkzaamheden daarop aan en probeert ze op hetzelfde level te komen. Door met de cliënt te levelen kan ze met hem of haar een band opbouwen. Als die band eenmaal is opgebouwd kan dit voor veel mooie momenten zorgen. Die mooie momenten heeft Ingrid al genoeg meegemaakt: zoveel dat ze er wel een boek over zou kunnen schrijven!

De mooie momenten komen voort uit doelen die Ingrid samen met een cliënt bespreekt. Het bespreken van subdoelen kan al helpen om vooruit te komen. Een voorbeeld hiervan is een moment dat begon in de separeer: samen met de cliënt maakte Ingrid de afspraak voor een nieuw doel. Ze vroeg aan hem: “Wat zou je graag willen?” Hij antwoordde dat hij uitkeek naar kerst. Op dat moment was zijn leven in de separeer uitzichtloos, omdat hij ook niks had om naar toe te werken. Op dat moment was er een doel om naar toe te werken, daardoor ging hij mee werken. Hij nam zijn medicatie in waardoor hij rustiger werd. Hij ging van de separeer naar een gesloten kamer programma, door deze stappen te zetten kon hij uiteindelijk met kerst aan tafel zitten en eten met de groep.

Een ander voorbeeld is met een cliënte die ook in de separeer zat, maar heel graag aanwezig wilde zijn bij een disco avond die georganiseerd werd. Maar ze was volgens de groep een te groot gevaar voor anderen. Ingrid zag hoe graag haar cliënte aanwezig wilde zijn bij de disco avond, dat ze naar de psychiater is gestapt om toestemming te krijgen. En die toestemming kreeg ze, doordat ze duidelijke afspraken met de cliënte gemaakt had over de avond zelf. Uiteindelijk is ze twee uur aanwezig geweest bij de disco avond, waar ze het heel erg naar haar zin heeft gehad. Het ging zelfs zo goed dat ze de twee dagen erna uit de separeer mocht.

Het grootste struikelblok van het werken met doelen is dat je moet leren omgaan met de teruggang van een cliënt. Het kan voorkomen dat een cliënt afglijdt en terugvalt. Dit is voor jezelf zwaarder dan voor de cliënt, omdat je net lekker op weg bent en dan weer een stap terug zet in de doelen die er zijn opgesteld. Flink ademhalen en even pas op de plaats nemen helpt Ingrid verder. Daarnaast kijkt ze of ze weer met kleinere subdoelen kan werken om naar het doel toe te werken.

“Als ik hier zou wonen, hoe zou ik willen dat mensen met mij om gaan?”

Het mooiste van een gelijkwaardige relatie is dat je van elkaar leert. Zo leert Ingrid ook veel van haar cliënten. Ze leert vooral dat ze eerlijk moet zijn: zeg wat je doet en doe wat je zegt. De cliënten voelen het aan als er iets aan de hand is, ook al wil je jezelf niet snel zwak opstellen. Maar door eerlijk te zijn merk je dat ze de rol ook om kunnen draaien. Ze willen graag keer een door bijvoorbeeld  kopje thee voor je zetten, om zo iets terug te kunnen doen. Ingrid probeert zichzelf steeds de vraag te stellen: “Als ik hier zou wonen, hoe zou ik willen dat mensen met mij om gaan?”.

De gewone dingen samen doen is het leukste. Denk aan shoppen, naar een voetbalwedstrijd gaan of gewoon een gesprek voeren. Juist in deze tijd waarin de dingen die hiervoor genoemd worden lastig zijn, probeert Ingrid kleine activiteiten te bedenken om afleiding te geven van het helemaal niks doen. Denk aan een taart bakken, een rondje lopen in de tuin of met een bal proberen flessen om te gooien. ‘Een beetje jeu geven’, noemt ze het zelf.

Hoe mooi is het dat als je zelf moeite doet voor de cliënten, je ze tot zoveel meer kunt bewegen. Als je dan de volgende reacties terug krijgt: ‘Ingrid, dat heb je echt leuk gedaan’, dan weet je dat dit de kleine cadeautjes zijn waar je blij van wordt.